Zoogmoeders
voor raskittens
Fading kitten

Tot voor enkele jaren werden de gevolgen van verschillende bloedgroepen bij de kat niet als zodanig erkend, maar eenvoudig weg ondergebracht als: Fading Kitten Syndrome, zoals U verderop in dit artikel kunt lezen werden er sinds een aantal jaren onderzoekingen gedaan, waaruit men tot de conclusie is gekomen dat er bij katten ook elkaar niet verdragende bloedgroepen bestaan, met als gevolg:

FELINE NEONATALE ISOERYTHROLYSIS

U zult misschien denken: F.N.I. wat is dat? Weer de een of andere nieuwe kattenziekte?

 

Hieronder leest u er meer over.

 

 


 

 

Copyright 2009- 2012 © Minams zoogmoeders voor raskatten - Alle rechten voorbehouden.
U kunt hier een ander artikel downloaden over FNI.

Deze is geschreven door Drs. Amanda van Grondelle,
Dierenarts bij WHG Westerhuis te Dodewaard

Een ziekte waar U pilletjes, zalfjes, drankjes of injecties tegen geven kunt is F.N.I. niet, maar als het Uw kittens treft is het wel triest. Wat betekent namelijk Feline Neonatale Isoerythrolysis:

de
F staat voor: katten.
de
N staat voor: jonggeborene.
de
I staat voor: de vernietiging van rode bloedlichaampjes.

ergo het gevolg is:
DODE KITTENS

Het zal voor U waarschijnlijk niet onbekend zijn dat mensen verschillende bloed- groepen hebben. In de loop der jaren heeft men dat allemaal uitgeknobbeld en we weten nu bijvoorbeeld hoe de percentages bij de mensen liggen;

Bloedgroep A 42%, B 14%, AB 7% en O 37%.

Het is bekend dat bij bloedtransfusies alleen bloed van dezelfde bloedgroep gebruikt mag worden, daar anders de rode bloedlichaampjes 'oplossen' en een levensgevaarlijke situatie ontstaat.

Ook weet men dat het bloed, ongeacht de bloedgroep, bij 85% van de blanke bevolking nog een ander soort kenmerk draagt, dat bij de overige 15% ontbreekt, de zgn. Rhesusfactor.

Is een moeder Rh (Rhesus) negatief en de vader Rh positief dan kan dat een pro- ces ontketenen dat leidt tot vorming van antilichamen bij de moeder, die aan het on- of pasgeboren kind ernstige schade kunnen berokkenen. Is de moeder echter Rh positief en de vader Rh negatief, dan ontstaat deze situatie niet.

Van allerlei diersoorten waren bloedgroepen en de specifieke kenmerken daarvan al bekend, maar wat katten betreft daar hebben de onderzoekingen lang op zich laten wachten. Sinds het begin der jaren '80 in Australië en later in Amerika, Frankrijk en Duitsland heeft men echter onderzoekingen gedaan bij katten. Die onderzoekingen hebben tot de volgende, voorlopige, resultaten geleid:

De vererving van bloedgroepen bij katten verloopt volgens de erfelijkheidsleer van Mendel. Dit wil echter niet zeggen dat de wijze van coderen overeenkomt met de in de Katten-Genetica m.b.t. tot kleur-vererving etc. gebruikelijke coderingen, daar geven hoofdletters aan dat een gen DOMINANT is en kleine letters geven aan dat een gen recessief is. Voor bloedgroepen worden slechts hoofdletters gebruikt plus de mededeling dat de ene bloedgroep (A), de andere (B) overheerst.

N.B. De hoofdletter A heeft niets te maken met de A van AGOUTI en de hoofdletter B heeft niets te maken met de B van BLACK.

Bij katten bevat het bloedplasma natuurlijke antilichamen tegen een vreemde bloedgroep. Bij andere diersoorten en bij de mensen worden die antilichamen pas gevormd wanneer bij bepaalde, elkaar niet verdragende, bloedgroepen of andere kenmerken (zoals Rh) het eerste contact heeft plaats gevonden. Een tweede contact kan dan tot onverdragelijkheids-reacties leiden.

Bij katten zijn 3 bloedgroepen geconstateerd t.w.:
- Bloedgroep A gevormd door het genenpaar A/A of A/B, waarbij de eigenschappen van A de eigenschappen van B onderdrukken.
- Bloedgroep AB deze bloedgroep komt zeer zeldzaam voor en er is nog weinig over bekend. AB heeft andere eigenschappen dan de combinatie van A/B.
- Bloedgroep B gevormd door het genenpaar B/B

Wanneer kunnen er onverdragelijkheids-reacties optreden?

1 - BLOEDTRANSFUSIE: Bijv. na een ongeval, bij een operatie enz.
Een bloedtransfusie met bloed van een verkeerde bloedgroep zou o.a. een dodelijke shock tot gevolg kunnen hebben. (A-donor/B-ontvanger) Uw dierenarts zal daar beslist wel ervaringen mee hebben opgedaan bij andere dieren. Hopelijk is hij er reeds van op de hoogte dat een kat de antilichamen niet opbouwt, zoals bijv. bij honden, maar reeds natuurlijke antilichamen in het bloedplasma bezit. Bij een hond bijv. gebeurt er bij de eerste transfusie niets, maar een tweede kan dodelijk zijn.

2 - ZWANGERSCHAP: Over dat wat er tijdens de zwangerschap kan gebeuren m.b.t. onverdragelijkheids-reacties bestaan nog verschillende meningen. In de ene publicatie wordt gezegd: "Antilichamen komen terecht in de bloedsomloop van de foetus resp. de pasgeborene, terwijl een andere publicatie vermeldt: "Wanneer een moederpoes met bloedgroep B kittens met bloedgroep A uitdraagt gebeurt er vóór de geboorte niets, omdat de antilichamen van de moeder niet door de barriere van de placenta heenkomen."

3 - GEBOORTE: De eerste moedermelk (colostrum) bevat allerlei afweerstoffen, die de kittens beschermen tegen infecties etc., maar in het geval van onverdraaglijke bloedgroepen óók de afweerstoffen c.q. antilichamen tegen de vreemde bloedgroep.

Beperken we ons tot punt 3, dat is namelijk voor ons, als fokkers, van direct belang en ook het enige waar, voorlopig althans, door ons iets aan gedaan kan worden, maar eerst;

Hoe werkt de vererving van de Bloedgroepen A en B?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 


Bij de met
* gemerkte kittens treedt een onverdragelijkheids-reactie op, dat is dus wanneer de moederpoes tot de Bloedgroep B (B/B) behoort en haar kittens tot Bloedgroep A (A/B).

Zo U kunt zien in de opsomming van mogelijkheden speelt de bloedgroep van de dekkater, afgezien van het feit dat hij kittens met bloedgroep "A" verwekt heeft, geen directe rol in de reactie.

Waaruit bestaat die onverdragelijkheids-reactie?

Door de anti- A-lichamen in de moedermelk van een bloedgroep B poes worden de rode bloedlichaampjes van de kittens met bloedgroep A afgebroken, een proces dat F.N.I. genoemd wordt.

Hoe is F.N.I. te constateren?

De geboorte zal, afgezien van andere bijkomstigheden, normaal verlopen. De kittens waarbij de F.N.I. reactie plaatsvindt zullen echter:

- onmiddellijk na de geboorte zonder sporen van ziekte o.d. dood gaan.
- vertonen zwakte, hebben geen zin om te drinken
- na een dag (of een paar dagen) steeds minder gaan drinken,
- scheiden een roodbruin urine af, (het duidelijkste signaal)
- krijgen geelzucht,
- krijgen bloedarmoede (anemie), enz.
- sommige kittens overleven, maar na 1 of 2 weken sterven de staartpunten af,
- andere kittens drinken en groeien verder en krijgen hoogstens een lichte vorm van bloedarmoede.

Is er iets aan/tegen F.N.I. te doen?

Oh ja, zeer zeker! Als U een beetje van "wanten weet" tenminste.

Voorkomen is beter dan genezen. Door slechts B x B te kruisen zou het probleem helemaal uit de wereld zijn en hoefde er nooit een bloedgroep te worden bepaald. Bij een A x A kruising zal het echter noodzakelijk zijn om van de nakomelingen steeds de bloedgroep te laten bepalen, want; bloedgroep A kan immers 'fokzuiver' AA of 'fok-onzuiver' A/B zijn en derhalve kittens met verschillende bloedgroepen geven. De B-kittens kunnen geselecteerd worden, maar voor de A-kittens zal het een schier onmogelijke taak zijn dat recessieve gen B weg te fokken, want het kan generaties lang meegedragen worden. Bloedgroep B is eigenlijk een beetje te vergelijken met een langhaar-factor of een verdunnings-factor. Als we in de U.S.A. woonden zou het allemaal wat simpeler zijn, want daar kan een dierenarts gewoon per 0800 nummer of per fax, of per E-mail de RapidVet HF#105 set bestellen bij DMS *) en daarmee binnen enkele minuten (2 - 3) de bloedgroep van een kat bepalen.

Maar wij wonen in Europa en daar is de kennis m.b.t. de bloedgroepen van de kat nog gering, de meeste dierenartsen weten er - ook anno 2003 - nog nauwelijks weg mee. "Oh néé, niet weer!" zeggen mijn dierenartsen, als ik er weer eens iets over vraag. Ze zijn al zo ver dat ze weten dat de mogelijkheid om de bloedgroep van een poes of kater te laten bepalen door het EVL in Woerden, maar daar houdt het dan ook mee op.

Wat onze (Europese) dieren-artsen en Universiteiten echter waarschijnlijk nog steeds niet beseffen is de mate waarin het probleem voorkomt en zich verbreidt. Volgens Amerikaanse Statistieken en discussies op de BSH-List op het Internet komt men tot de volgende percentages van katten met Bloedgroep B:

20% Abessijn
16% Heilige Birmaan
59% Brits Korthaar
43% Devon Rex
20% Perzisch Colourpoint
24% Perzen
15% Scottish Fold
22% Somali


Nogmaals F.N.I. is geen (besmettelijke) ziekte, raakt U dus niet in paniek. En laat Uw (dek)kater met bloedgroep B, als U dat tenminste heeft laten vaststellen, niet hals over de kop castreren. Aan de directe gevolgen, het optreden van F.N.I., heeft hij part nog deel; maar als een dekkater uit Frankrijk afkomstig, naar Nederland verkocht wordt en daarna naar de Verenigde Staten geëxporteerd wordt en óók nog een zéér gevraagde dekkater was, dan kunt U zich misschien voorstellen dat die Bloedgroep B bij allerlei nakomelingen (Poezen zowel als Katers) aanwezig is c.q. gedragen wordt. In Engeland schijnt men het idee (gehad) te hebben dat alle problemen opgelost konden worden door katten met Bloedgroep B in het zgn. 'inactieve register op te bergen', zo met het idee, dan wordt er niet meer mee gefokt dus dan verdwijnt 'het' wel, maar ja wat moet je als je, zoals in de VS, op 59% B en 41% A uitkomt? Alle B's uit het inactieve register en alle A's erin?

Mocht U, door ervaring met eerdere nesten van een poes of door het constateren van de eerder vermeldde symptomen, het vermoeden hebben dat Uw poes tot bloedgroep B (B/B) behoort, neem dan het zekere voor het onzekere en haal de kittens meteen na de geboorte, de eerste 24 - 48 uur, bij de moeder weg.

De dierenarts van een B.K.H.-fokster gaf haar, toen zij met de eerder vermeldde symptomen te doen kreeg, het advies: "Bij varkens komt zoiets ook wel eens voor en dan is weghalen van de moeder de énige oplossing."

't Is misschien even zielig voor Uw poes, maar als haar kinderen, de één na de andere, sterven heeft ze helemaal geen nest meer waarop ze haar moeder-gevoelens kan botvieren en dat is nog veel erger voor haar, dan even een dag zonder kittens.

Zuiver theoretisch gesproken, zou U na het constateren van de symptomen:
- de urine van de kittens kunnen laten onderzoeken,
- de bloedgroep van de moeder kunnen laten bepalen,
- de bloedgroep van de kittens laten bepalen via de nageboortes.

Dat zijn echter oplossingen volgens 'een boekje' want hoeveel dierenartsen zijn er al met het probleem bekend? Waar wonen zij? Kunnen de testen terplaatse uitgevoerd worden of moet de Universiteit ingeschakeld worden? Hoe lang gaat dat duren en hoeveel tijd heeft U er voor? De kittens apart met een kruikje o.d. in een warme kamer, is een snelle en zekere weg om de problemen zo snel en goed mogelijk te lijf te gaan.

Het weghalen van de kittens heeft uiteraard wel een aantal gevolgen, want als de moeder de kleintjes niet kan, beter gezegd niet mag, zogen, dan zult U een andere oplossing moeten vinden!

- Een andere zogende poes? Dat is niet aan te bevelen zolang U niet weet welke bloedgroep díe poes heeft. Stelt U zich eens voor dat het ook een B-poes is, met alleen maar B-kittens, dan komt U 'van de regen in de drup'.zie ook einde artikel
(** BELANGRIJK!

- De kittens zelf gedurende 18 -24 uur iedere twee uur, dag en nacht, voeden? Met Lactol, K.M.R., o.d. komt U een heel eind, maar er kleven ook allerlei risico's aan en 't is een klus! Iedere twee uur een voeding maken, met het risico dat door de van poeder gemaakte voeding klontert en het speentje verstopt raakt enz. Bovendien bestaat de grote kans dat de kleintjes zich verslikken, voeding in de longen krijgen etc. met alle nare gevolgen van dien.

In het eerder, in een ander blad, verschenen artikel "Bloedgroepen bij katten" wordt ook nog een andere oplossing gegeven, namelijk: "Het kunstmatig laten voeden met een sonde door de dierenarts." In dat zelfde artikel wordt ook nog 'halstarrig' vastgehouden aan 48 tot 72 uur als periode waarin de kittens niet bij de moeder mogen drinken. Typisch een oplossing 'uit een boekje', want in het gunstigste geval weet Uw dierenarts een klein beetje van wanten, heeft de juiste voedings-sondes voorradig en kan U precies vertellen hoe het moet en waar U op moet letten. In dat geval zal Uw dierenarts weten hoeveel voeding per keer gegeven kan worden en kunnen de voedings-bezoeken, een maal per vier uur, tot zes per dag beperkt worden. Met een beetje geluk kunt U dan zelfs 's nachts om vier uur rustig thuis blijven, maar dat ligt aan de ervaring van Uw dierenarts.

De mijne mist die ervaring totaal, zij kwam jaren geleden bij mij om het te 'leren' en in voorkomende gevallen stuurt zij de mensen met de problemen naar mij. (Zelfs een keer een Huisarts met een worp van 8 Puppy's.)

Er is ook een andere oplossing, namelijk zelf met de sonde gaan voeden zoals wordt beschreven in het artikel VOEDINGSSONDE.

Nee niet schrikken, uit eigen ervaring (de eerste keren weliswaar met het zweet in de handen), als U weet wat wel en wat niet kan, als U weet hoe het moet, dan valt het reuze mee, dan is het "een fluitje van een cent", ook al zullen sommige "ervaren" fokkers U voor dierenbeul etc. uitmaken.

In het geval U zelf de kittens met de sonde kunt voeden, schijnt het mogelijk te zijn de kittens bij de moeder te laten en ze "dwangmatig" zoveel voeding te geven dat zij min of meer 'doorgespoeld' worden en de anti-lichamen in de moedermelk nauwelijks de kans krijgen in actie te komen. D.w.z. De kittens zullen dan nauwelijks meer iets drinken bij de moeder, waardoor de kittens slechts weinig antilichamen binnen kunnen krijgen.

(** Belangrijk! Na 24 -48 uur absorbeert de darmwand de antilichamen niet meer en is het 'gevaar' geweken. De moeder blijft echter gedurende de hele zoogtijd anti lichamen produceren, zowel de GOEDE als de SLECHTE (zoals het Anti bloedtype A) dit ter immunisering van de ingewanden. 't Is maar dat U het weet en er aan denkt dat Uw " B " poes (of een andere poes, waar U de bloedgroep niet van kent) na 18 - 24 uur niet als 'min' gebruikt kan worden voor een ander nest met hetzelfde probleem.



Alkmaar, Tjerk Huisman ©1998 / catdata@catdata.nl Bijgewerkt: Apr'00, Aug'01, Apr'02, Mei'02, Dec'02, Mrt'03 Met dank aan: Dr. Susan Little DVM, DABVP (Feline), Bytown Cat Hospital, Ottawa, Canada voor de uitgebreide informatie en de verificatie van de Engelse versie van dit artikel. Denise G. Darmanian, Vice President, DMS Laboratories - Flemington N.J.